Autisme en stemmingsschommelingen: wanneer is extra evaluatie zinvol?

Autismespectrumstoornis is een neuro-ontwikkelingsprofiel dat zich kenmerkt door verschillen in sociale communicatie, prikkelverwerking en flexibiliteit. Veel mensen met autisme ervaren ook emotionele intensiteit. Dat is op zich geen stoornis. Het hoort vaak bij het profiel.
In de wetenschappelijke literatuur wordt echter beschreven dat bij een minderheid van volwassenen binnen het autismespectrum ook een bipolaire stoornis voorkomt (Vannucchi et al., 2014). Dat betekent niet dat stemmingsschommelingen automatisch wijzen op bipolariteit.
Wel dat zorgvuldige evaluatie belangrijk is wanneer er duidelijke, episodische veranderingen optreden.
Wat zegt onderzoek?
Een systematische review rapporteerde prevalentiecijfers van bipolaire stoornis bij volwassenen met het syndroom van Asperger tussen 6 en 21 procent (Vannucchi et al., 2014).
Ter vergelijking: in de algemene bevolking wordt bipolaire stoornis geschat op ongeveer 1 tot 2 procent (Merikangas et al., 2011).
Belangrijk is dat deze cijfers sterk variëren afhankelijk van de onderzoeksmethode De meeste mensen met autisme ontwikkelen géén bipolaire stoornis.
Wanneer verdient het aandacht?
Het onderscheid zit vooral in het patroon over tijd. Autistische kenmerken zijn doorgaans stabiel aanwezig.
Bipolaire stoornis verloopt in duidelijk afgebakende episoden van manie of depressie.
Signalen die aanleiding kunnen geven tot verdere evaluatie zijn bijvoorbeeld:
-
Een periode van opvallend verminderde slaapbehoefte zonder vermoeidheid
-
Duidelijk verhoogde energie of impulsiviteit die sterk afwijkt van het gebruikelijke functioneren
-
Episoden van uitgesproken depressieve ontregeling
Dit betekent niet dat er automatisch sprake is van bipolariteit. Het betekent dat het zinvol kan zijn dit professioneel te bespreken.
Waarom een correcte diagnose belangrijk is
Behandeling van bipolaire stoornis verschilt wezenlijk van behandeling van unipolaire depressie. Internationale richtlijnen adviseren stemmingsstabilisatoren als eerste keuze bij bevestigde bipolaire stoornis (Goodwin et al., 2016).
Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van antidepressiva wanneer er een onderliggende bipolaire kwetsbaarheid aanwezig is (Vannucchi et al., 2014).
Daarom is zorgvuldige diagnostiek belangrijk.
Tot slot
Niet elke stemmingsschommeling binnen autisme wijst op een bijkomende stoornis. Maar wanneer veranderingen duidelijk episodisch en sterk afwijkend zijn, kan professionele evaluatie helpen om helderheid te krijgen.
Deze informatie is bedoeld als algemene psycho-educatie. Diagnose en behandeling vereisen steeds individuele beoordeling door een gekwalificeerde zorgverlener.
Referenties
Goodwin, G. M., et al. (2016). Evidence-based guidelines for treating bipolaire stoornis. Journal of Psychopharmacology, 30(6), 495–553.
Merikangas, K. R., et al. (2011). Prevalence and correlates of bipolar spectrum disorder. Archives of General Psychiatry, 68(3), 241–251.
Vannucchi, G., et al. (2014). Bipolar disorder in adults with Asperger's syndrome: A systematic review. Journal of Affective Disorders, 168, 151–160.
Bronvermelding:
Kılıç, E. (2026). Autisme en bipolaire stoornis bij volwassenen: zorgvuldige differentiaaldiagnostiek. https://www.emelkilic.be
© 2026 Emel Kılıç. Alle rechten voorbehouden.
Publicatie of overname is toegestaan mits volledige bronvermelding en vermelding van de oorspronkelijke website.